Datum: 01.06.2021

Groenbemesters als voorbereiding op de hoofdteelt

Na de oogst van het hoofdgewas  is het tijd om de bodemconditie weer op peil te brengen of  te verbeteren. Op veel akkerbouwbedrijven hebben groenbemesters daarom een plaats in het bouwplan.

De teelt van de groenbemester wordt nog vaak gezien als ‘toetje’ na de geoogste hoofdteelt. DSV zaden vindt dat hiermee te kort wordt gedaan aan de groenbemester. De teelt van een groenbemester is een volwaardige teelt is en vormt de start voor de volgende hoofdteelt. Dit vraagt een andere manier van kijken naar groenbemesters en hoe deze te telen. De keuzes die hierbij komen kijken zetten we voor u op een rijtje.

Bodem en bodemleven grootste kapitaal
Grond is de belangrijkste productiefactor waarbij veel aandacht moet zijn voor bodemkwaliteit en -kwantiteit. Minder inputmogelijkheden, minder gewasbeschermingsmiddelen, extremere klimatologische omstandigheden, grotere biodiversiteit en het sluiten van kringlopen maken het noodzakelijk veel aandacht te hebben voor de bodem. Maar de bodem is ook nog één grote black box. Veel wat er in de bodem gebeurd en hoe dat allemaal op elkaar ingrijpt is nog onbekend. Heel veel weten we dus niet, maar wat weten we wel?
Bodemkwaliteit of bodemvruchtbaarheid is het geïntegreerde geheel van biologische, chemische en fysische eigenschappen en processen in een bodem. 

Biologisch

  • Met het biologische deel wordt bedoeld organische stof, beworteling en bodemleven. Het bodemleven is de verzameling bacteriën, schimmels, nematoden, regenwormen en andere (micro-) organismen die zich in de bodem bevinden. De massa aan bodemleven in de bouwvoor kan behoorlijk oplopen. Ter illustratie de volgende getallen:
    - bacteriën, schimmels en algen = 200 – 2000 gram/m2
    - insecten, slakken = 30 - 250 gram/m2
    - regenwormen = 40 - 400 gram/m2
    Van deze aantallen heeft 95% een positieve invloed op het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid en 5% een negatieve invloed. Het totale bodemleven bestaat uit een slapend en een actief deel.

De mate van activiteit wordt beïnvloed door voeding, bodembewerking en aanwezigheid van bepaalde planten. De micro-organismen in de wortelzone (rhizosfeer) dragen voornamelijk bij aan de 95%. Ze maken nutriënten vrij, verhogen de stresstolerantie van de plant waartoe de wortel behoort en beschermen tegen pathogenen.

Chemisch

  • De chemische component is de aanwezigheid van onder andere macro-elementen en sporenelementen, de pH, het zoutgehalte en de kationen-uitwisselings-capaciteit (CEC-waarde) van de bodem.

Fysisch

  • De fysische component wordt bepaald door de structuur, textuur, vocht en poriënvolume.

 

Bodemweerbaarheid verhogen
Om de bodemkwaliteit voor de cultuurgewassen op peil te houden c.q. te verbeteren is het van belang de eerder geschetste 5% negatieve invloed zo veel mogelijk tegen te gaan ofwel de bodemweerbaarheid te verhogen. Dit verhogen kan op een aantal manieren:

  • Algemene ziektewering: zorg voor divers en actief bodemleven voor dat er een concurrentiemogelijkheid is om ruimte en voedsel. Dit kan door gebruik te maken van groenbemestermengsels.
  • Specifieke ziektewering: door predatie en/of parasitisme.
  • Indirecte ziektewering: activeren van verdedigingsmechanismen van de plant.
  • Minder grondbewerking.
  • Toevoegen van ‘snelle’ organische stof. Dit zijn vooral exudaten (afscheidingen met suikerachtige verbindingen die veel koolstof bevatten) uit wortels die bodemleven voeden en beïnvloeden. Groenbemesters leveren ‘snelle’ organische stof.
  • Beheersing bodemtemperatuur. Het wortelstelsel van een aardappelplant ontwikkelt zich optimaal bij een bodemtemperatuur van 15-20 graden. Daarboven wordt het een stuk minder.

Ook de uitwisseling van vocht (evapotranspiratie) wordt bij hogere bodemtemperaturen negatief beïnvloed. Bij onbedekte grond ontstaat er bij hoge temperaturen veel schade aan het bodemleven en aan de bodemstructuur.

Planten sturen bodemleven
Plantenwortels en de omliggende grond vormen het zenuwcentrum waar het de interactie tussen plant en bodem betreft. We kunnen invloed hebben op de samenstelling van het bodemleven door het zaaien van groenbemesters, bewerkingen, etc. De plant stuurt echter zelf voor een belangrijk deel het zenuwcentrum aan. De juiste microbiële activiteit wordt geactiveerd door het uitscheiding van de juiste wortelexudaten; favoriet bodemleven wordt aangetrokken, ziekteverwekkers worden geweerd. Groenbemesters hebben het vermogen in dit proces iets extra’s te betekenen. Iedere plantensoort geeft andere exudaten af en heeft daarmee directe invloed op het bodemleven. Tussen de 30 en 40% van wat een jonge plant produceert door fotosynthese wordt afgegeven als exudaten aan het bodemleven. Dit bodemleven is voor de plant dan ook superbelangrijk.

Cruciale rol groenbemesters
Bij het behoud/verbeteren van de bodemvruchtbaarheid spelen de groenbemestingsgewassen een cruciale rol:

  • Ze verbeteren in algemene zin de bodemweerbaarheid; afhankelijk van de groenbemester/groenbemestermengsel spelen ze een rol bij de (indirecte) ziektewering en/of specifieke ziektewering.
  • Ze onderdrukken het onkruid
  • Ze verbeteren de bodemstructuur
  • Ze activeren het bodemleven via exudaten
  • Ze zijn een bron voor de opbouw van humus (traag afbrekende organische stof)
  • Ze zorgen ervoor dat nutriënten vrijgemaakt worden of leggen ze juist vast

 

DSV-zaden heeft door onderzoek en praktische kennisopbouw voor verschillende bouwplannen en hoofdgewassen TerraLife® groenbemestermengsels ontwikkeld. Op de website is een groenbemesterkompas te vinden die helpt bij het maken van de juiste groenbemester.