Deutsche Saatveredelung AG (DSV)

Gemeente Renkum maakt kwaliteitsslag in onderhoud sportvelden.

Met zeventien natuurgrasvelden en twee kunstgrasvelden is Renkum een gemeente waar natuurgras nog altijd hoogtij viert. De grasvelden zijn de laatste jaren sterk in kwaliteit gestegen, waardoor topclubs regelmatig langskomen in Renkum voor een trainingskamp. En dat allemaal in een gemeente met een beperkt budget. Henk van den Brink, sportcoördinator van de gemeente Renkum: ‘Wij raken echt niet in paniek door een beetje onkruid op het veld.’

Henk van den Brink werkt sinds 1990 als uitvoerder voor de gemeente Renkum. Lezers van vakblad Fieldmanager kennen hem wellicht nog als één
van de genomineerden voor de Fieldmanager of the Year-award in 2016. Van den Brink stuurt drie fulltime krachten aan die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de voetbalvelden in Renkum. Daarnaast werkt hij nauw samen met leveranciers (Van Iperen, Vitagro en Prograss) en graszaadproducenten. Een daarvan is DSV zaden, waarmee de samenwerking volgens Van den Brink al tientallen jaren teruggaat. Met Steven  Wiersema van DSV zaden brachten we daarom een bezoek aan het Wilhelmina Sportpark in Heelsum, waar drie plaatselijke voetbalclubs gehuisvest zijn.

Genetische variatie

Op de dag van ons bezoek, medio juni, zijn de meeste velden net een maand geleden doorgezaaid. Bij het doorzaaien – de gemeente gebruikt 125 kg graszaad per hectare – gebruikt Van den Brink om het jaar een ander mengsel. Het ene jaar zaait hij door met DLF en/of Barenbrug, het jaar daarna weer met DSV. ‘Mijn filosofie is om met meerdere leveranciers en mengsels te werken’, legt Van den Brink uit. ‘Ik pin me niet vast op één bedrijf of product, want ik vind de relatie belangrijk. Op onze velden liggen dus ook verschillende grasmengsels. Ik geloof dat de grasmat daardoor minder vatbaar is voor ziektes; de velden hebben immers meer genetische variatie en zijn daardoor minder kwetsbaar. Wij hebben hier velden liggen die al 25 jaar niet gerenoveerd zijn.’

Net als veel collega’s moet Van den Brink goed op het onderhoudsbudget letten. Uit kostenoverweging kiest hij bijvoorbeeld al sinds eind
jaren negentig voor 100 procent Engels raaigras op de velden. Toch blijft hij voortdurend nieuwe dingen proberen. ‘Met een beperkt budget moet je juist experimenteren’, stelt de fieldmanager. ‘We proberen altijd te kijken naar wat de markt te bieden heeft.’ Doorzaaien doen de meeste fieldmanagers maar één keer per veld, maar Van den Brink meestal twee keer: begin mei en begin juni. Hoewel er technieken zijn om in één werkgang met twee mengsels door te zaaien, kiest Van den Brink daar niet voor. Hij schat met twee werkgangen evenveel of meer rendement te hebben – ‘Daarmee ben je minder afhankelijk van het weer’ – en zo uiteindelijk goedkoper uit te zijn: ‘Wat er bij de tweede keer doorzaaien al staat, is winst.’

100 procent veldbeemd

Bij één wedstrijdveld, dat kaal gespeeld was omdat er een kunstgrasveld was aangelegd, koos Van den Brink dit jaar bijvoorbeeld voor een andere aanpak. Met het oog op de Green Deal wilde hij meer veldbeemd in de mat. Daarom werd er eerst doorgezaaid met 100 procent veldbeemd, in de hoop meer van deze plant in de grasmat te krijgen. DSV zaden ondersteunde hem hierbij. ‘We hebben geen standaardmengsel met 100 procent veldbeemd, dus dat hebben we op maat gemaakt’, vertelt Steven Wiersema van DSV. ‘We proberen mee te denken. In dit geval hebben we goed
gekeken naar de rassensamenstelling en zijn we uitgekomen bij een mengsel van Markus en Limousine. Markus komt wat sneller op, Limousine is juist wat trager en heeft een hogere bespelingstolerantie. Die combinatie vormt de ideale basis voor een veld.’ Zes weken na het veldbeemd is het veld nogmaals doorgezaaid, maar nu met Engels raaigras. Hierbij viel de keuze op SV100 Maxima van DSV. ‘Een mengsel van de toprassen uit de Grasgids’, aldus Wiersema. Ook een deel van de andere velden is hiermee doorgezaaid.

Ook op andere vlakken blijft Renkum experimenteren. Zo schafte de gemeente dit jaar liefst 41 Stihl-robotmaaiers aan ter vervanging van een oude maaier-trekkercombinatie. Van den Brink is erg onder de indruk van de prestaties van deze robots en ziet onder meer dat de ziektedruk is afgenomen. In de eerstvolgende uitgave van Fieldmanager vertelt hij in een apart artikel over het gebruik van deze maairobots. Van den Brink moedigt collega-fieldmanagers aan om de ervaringen met dit soort pilots te delen. ‘Ook met leveranciers. Ik bespreek met mijn verschillende leveranciers ook de positieve en negatieve resultaten van de velden. Zo deel je de kennis die je hebt.’

Biljartlaken

Voor de harde nullijn van de Green Deal 2020 heeft Van den Brink geen angst. Integendeel zelfs, de gemeente Renkum is er volgens hem allang klaar voor. ‘Wij werken al sinds 1998 volgens het principe “nee, tenzij”’, vertelt Van den Brink. ‘Maar belangrijker nog, we raken echt niet in paniek door een beetje onkruid. Volgens mij moeten we daar als beheerders niet te moeilijk over doen. Uiteindelijk rolt de bal daar gewoon overheen. Natuurlijk hebben ook wij op onze velden te maken met onkruid. Weegbree en paardenbloem bestrijden we mechanisch en handmatig, madelief en klaver komen we ook tegen. Maar ik zie er ook iets positiefs in: het is een teken dat er wat in de bodem gebeurt, dat er uitgebreid bodemleven
is. En de spelers horen we er niet over.’

Bij ons veldbezoek zien we inderdaad hier en daar wat klaver, maar zeker op het hoofdveld van RVW is de mat mooi dicht. Het grasveld is dan ook populair bij andere teams. In 2017 was de gemeente Renkum gastheer voor maar liefst twee landenteams en de scheidrechters voor het EK vrouwen, en vorig jaar vonden een maand lang de selectietrainingen van de dames van Jong Oranje hier plaats. Wiersema begrijpt dat wel. ‘Je ziet zelden een veld er zo strak bij liggen’, zegt hij, terwijl hij het wortelpakket bekijkt met de holecutter. ‘Dit is echt een biljartlaken om op te spelen.’ Van den Brink
is daar best trots op. Ook de spelers zijn er blij mee, want zij stellen tegenwoordige hoge eisen. ‘Elke amateur wil een grasmat zoals in De Kuip. Maar ze vergeten weleens dat het budget daar iets anders is dan hier in de gemeente’, lacht Van den Brink.

bron: Fieldmanager auteur Nino Stuivenberg

X
This website uses cookies. We use cookies to give you the best experience on our website. By continuing to use the site you agree to our use of cookies.