Deutsche Saatveredelung AG (DSV)

FAQ

Waarom zou ik graszaad in mijn bouwplan opnemen?

Graszaad heeft een aantal voordelen boven andere gewassen, zoals tarwe. Graszaad heeft mede door de goede doorworteling een positief effect op het organische stofgehalte in de bodem. Bovendien levert het gemiddeld een hoger financieel resultaat op.

Hoe kom ik in contact met een teeltbegeleider van DSV?

Onze teeltbegeleiders staan u graag te woord. Wanneer u hier klikt wordt u doorgeschakeld naar het menu teeltbegeleiders. Daar vind u onze teeltbegeleiders per regio zodat u kunt zien met welke teeltbegeleider u contact op kunt nemen.

Waar moet ik op letten bij de perceelkeuze voor graszaadteelt?

Alle voorvruchten zijn geschikt voor de graszaadteelt, mits ze op tijd vrij zijn voor inzaai. Half oktober geldt als uiterste inzaaidatum. Afhankelijk van de te telen graszaadsoort dient het perceel vrij te zijn van andere graszaadsoorten. De belangrijkste onkruidgrassen zijn kweek en duist. Ook ruwbeemd en straatgras mogen niet voorkomen. Naast deze onkruidgrassen moet het perceel vrij zijn wilde haver. Tot slot dient het perceel op minimaal 50 meter afstand van graszaadpercelen met dezelfde ploïdie te liggen. Onze teeltbegeleiders helpen u graag om de beste keuze te maken.

Wat zijn probleemonkruiden in de graszaadteelt?

De drie belangrijkste probleemonkruiden in de graszaadteelt zijn kweek, duist en wilde haver. Duist is met een volleveldsbespuiting gedeeltelijk te bestrijden. Kweek en wilde haver moet u echter handmatig verwijderen. Kies daarom een perceel waar deze onkruiden nauwelijks voorkomen. Wees ook alert op vermenging van graszaadsoorten. Heeft er op een perceel Italiaans raaigras gestaan, dan kunt u daar het beste opnieuw Italiaans raaigras inzaaien.

Wat kan ik doen tegen slakken- of muizenvraat?

Wanneer u slakken verwacht, bijvoorbeeld na graan als voorvrucht, kunt u bij inzaai 3 tot 5 kilo slakkenkorrels toevoegen. Zorg bij het zaaien voor een vast en fijn zaaibed (slakken zitten onder kluiten). Ontdekt u bij opkomst slakkenvraat (het begint meestal vanuit de slootkant), dan kunt u nogmaals slakkenkorrels strooien. Herhaald dit wanneer de schade toeneemt.

Hoeveel bemesting heeft mijn graszaadperceel nodig?

Afhankelijk van de bodemvoorraad en de graszaadsoort moet er in het na- en/of het voorjaar een bemesting plaatsvinden. Bij een gemiddelde bodemvoorraad gelden de volgende normen:

  • Engels raaigras 140 kg N/ha in het voorjaar
  • Italiaans raaigras 90 kg N/ha in het voorjaar
  • Rietzwenk 60 kg N/ha in het najaar en 120 kg N/ha in het voorjaar
  • Roodzwenk 60 kg N/ha in het najaar en 70 kg N/ha in het voorjaar

Begin februari ontvangt u per brief een indicatie van de benodigde bemesting en aandachtspunten voor het strooien of uitrijden van de bemesting. Neem bij twijfelt of vragen contact op met uw teeltbegeleider.

Wat zijn de bemestingsnormen van graszaad?

Onder 'Teeltinformatie' -> 'stikstofgebruiksnormen 2015' vind u de huidige normen.

Wat zijn de regels voor najaarsbemesting?

De uitrijdperiode voor dierlijke mest is verkort. Voor kunstmest gold al een strooiverbod tussen 16 september en 1 februari. Drfijmest mag niet meer na 31 augustus uitgereden worden. Reken de hele uitrijdperiode met een werkingscoëfficiënt van 60%.

Wat is zwarte roest?

Zwarte roest is een schimmel die behoorlijke schade kan aanrichten. De naam is wat verwarrend, omdat de schimmelsporen bruin zijn. De schimmel is gemakkelijk te verwarren met kroonroest. De laatste komt echter voornamelijk op het blad voor, zwarte roest hoofdzakelijk op de stengel en de aar (zie foto). De aanwezigheid van zwarte roest is de laatste jaren sterk toegenomen. Een preventieve bestrijding is dan ook aanbevolen. Bij aantasting moet zo snel mogelijk een tweede bespuiting uitgevoerd worden. Neem contact op met uw teeltbegeleider voor een goed bestrijdingsadvies.

Wat zijn endophyten?

Endophyten zijn schimmels die vanuit het zaad de plant binnengroeien. Planten die door de schimmel zijn geïnfecteerd tonen geen ziektesymptomen, maar kunnen een verhoogde tolerantie tegen stress en een verhoogde resistentie tegen insecten hebben. In de verdeling is gebruik gemaakt van deze schimmel door het gras kunstmatig met de schimmel te infecteren vanwege de gunstige eigenschappen. Nadeel van deze rassen bleek dat bij rundvee, schapen en paarden vergiftigingssymptomen (o.a. geringere groei en melkproductie) optraden. Vooral bij hitte, maar ook bij lagere temperaturen ontwikkelen deze symptomen zich sterk. Voor enkele rassen van DSV is bekent dat endophyten voorkomen, dan wel kunstmatig toegevoegd als van nature. Ieder jaar sturen we een brief naar telers van deze rassen zodat er rekening mee gehouden kan worden bij de afzet van het hooi.

Wanneer moet ik mijn graszaadperceel oogsten?

Wanneer uw perceel begint af te rijpen stelt uw teeltbegeleider samen met u het optimale maai- en/of dorstijdstip vast. Verloopt het afrijpen sneller dan verwacht of twijfelt u over het tijdstip, maak dan een afspraak met uw teeltbegeleider voor een (nieuwe) beoordeling.

Hoe komt mijn graszaad bij DSV terecht?

Vrijwel al het zaad wordt in kisten vervoerd. De kisten worden op uw bedrijf of bij één van onze depots gebracht. Het afhaalmoment hangt af van de urgentie (kunt u wel of niet zelf drogen), de aan- en afvoercapaciteit en het oogstmoment. U kunt contact opnemen met uw teeltbegeleider voor informatie over de planning.

Welke rol speelt de NAK bij de controle op kwaliteitsaspecten van mijn graszaad?

De NAK verricht een veldkeuring, neemt een zaadmonster en analyseert dat. Euro Grass is door de NAK geaccrediteerd om zelf de veldkeuring te verrichten. Steekproefsgewijs controleert de NAK de naleving van de regels. De vermeerdering van (pre)basiszaad wordt altijd door de NAK beoordeeld. Voor transport van uw partij naar DSV neemt een keurmeester van de NAK een monster van de partij. De keurmeester verdeeld het monster in drie zakjes, één is voor de teler (B-monster), een tweede is voor DSV (C-monster) en een derde is voor de NAK (A-monster). Deze instantie bepaalt het vochtgehalte, de kiemkracht, de zuiverheid en het percentage cultuurzaden en schadelijke onzuiverheid. Aan de hand van de resultaten wordt de afrekening opgesteld.

Hoe verloopt de betaling van mijn graszaadoogst?

Bij het afsluiten van uw contract kunt u kiezen tussen twee betalingsvormen. Een vaste prijs of een participatieprijs. Ongeacht de betalingsvorm ontvangt u medio oktober een voorschot op uw afrekening. Bij een vaste prijs ontvangt u binnen drie weken na ontvangst van de NAK-analyse uw afrekening. Dit gebeurt ook bij een participatieprijs, maar dan kan er afhankelijk van de gerealiseerde verkoopprijzen in het voorjaar ook nog een nabetaling volgen.

Waarom ontvang ik geen nabetaling?

Bij een contract op basis van participatieprijs kan er in het voorjaar nog een nabetaling volgen, afhankelijk van de gerealiseerde verkoopprijzen. Heeft u desondanks geen nabetaling ontvangen, neem dan contact op met uw teeltbegeleider of onze teeltadministratie.

Waar kan ik terecht met vragen over mijn contract of afrekening?

Wij willen u graag zo correct en duidelijk mogelijk informeren. Heeft u nog vragen, neem dan contact op met uw teeltbegeleider of onze teeltadministratie.

Ik heb een creditnota ontvangen voor terug geleverd uitgangszaad. Wanneer wordt dat betaald?

Wij streven ernaar om onze facturen binnen drie weken te verwerken. Wanneer u uw factuur van het uitgangszaad reeds betaald heeft zal uw creditnota binnen deze tijd verrekend worden. Heeft u de factuur van uw uitgangszaad nog niet betaald dan wordt deze samen met de creditnota verrekend met uw afrekening.

Ik heb meerdere percelen van één ras, maar slechts één contract ontvangen. Is dit correct?

Dit is niet correct. Voor ieder perceel dient u een contract te ontvangen. Wanneer u op het contract ook de gegevens van het andere perceel vermeldt en dit terugstuurt, ontvangt u meerdere nieuwe contracten met de juiste gegevens.