Deutsche Saatveredelung AG (DSV)

Bemesting

Afhankelijk van bodemvoorraad en de graszaadsoort moet er in het na- en/of het voorjaar een bemesting plaatsvinden. Houd bij een gemiddelde bodemvoorraad de volgende normen aan:

  • Engels raaigras voedergrassen 150 kg N/ha in het voorjaar
  • Engels raaigras recreatiegrassen 160 kg N/ha in het voorjaar
  • Italiaans raaigras 90 kg N/ha in het voorjaar (zonder maaien of beweiding)
  • Rietzwenkgras 60 kg N/ha in het najaar en 120 kg N/ha in het voorjaar
  • Roodzwenkgras 60 kg N/ha in het najaar en 70 kg N/ha in het voorjaar

Bovenstaande adviezen zijn algemeen. Hieronder volgen een aantal extra aandachtspunten:

  • Als eerstejaars gewassen slecht ontwikkeld onder de dekvrucht vandaan komen of laat gezaaid zijn, wordt 20 kg N/ha extra geadviseerd.
  • Bij overjarige gewassen is de hoeveelheid minerale bodem-N in het voorjaar meestal erg laag. Ga daarom uit van een standaardgift plus 20 kg N/ha.
  • Voor engels raaigras geldt: Bij beweiding in de herfst bedraagt de gift 180-200 kg N/ha. 
  • Voor riet- en roodzwenk geldt: Bij een zeer goede ontwikkeling of na rijke dekvrucht volstaat 30 kg N/ha in het najaar. 
  • Voor italiaans raaigras geldt: Eerste gift: tweede helft augustus (herfstsnede) of februari (voorjaarssnede). Tweede gift: na de voedersnedewinning.

Begin februari ontvangt u per brief een indicatie van de benodigde bemesting en aandachtspunten voor het strooien of uitrijden van de bemesting. Neem bij twijfel contact op met uw teeltadviseur.


Aandachtspunten bemesting

Bij een vroege bemesting kan men de N-gift splitsen. Na 15 maart dient men de stikstof in één keer te geven. Overleg met uw teeltbegeleider in welke vorm u de stikstof toedient. 

Kalkamonsalpeter
Stikstof in de vorm van kalkammonsalpeter wordt nog steeds veel gebruikt in de graszaadteelt. Blijft u deze meststof gebruike, deel de gift dan in 2/3 vroeg en 1/3 later.

Langzaamwerkende meststoffen
Tegenwoordig staan z.g. alternatieve meststoffen zoals langzaam werkende meststoffen meer in de belangstelling. Vanwege de langzame werking dienen deze meststoffen eerder toegepast te worden dan de traditionele kalkammonsalpeter. Het grote voordeel is de verminderde uitspoeling (tot wel 15 tot 20% betere stikstofbenutting) en een veelal gelijktijdige zwavelbemesting. Op gronden met een (klein) zwaveltekort resulteert dit in een betere opname van stikstof.

Urean
Een andere alternatieve meststof is Urean. Groot voordeel van Urean is een goede verdeling. Na toediening duurt het circa 2 dagen voordat het beschikbaar is voor de plant. Er kunnen ammoniakverliezen tot 10% optreden op droge gronden. Regen kort na toepassing is positief.
Let op: Grootste risico van Urean is verbranding. Spuit Urean op een droog afgehard gewas. Zorg ook dat uw spuit geschikt is voor vloeibare meststoffen.

Drijfmest
De hoeveelheid drijfmest die gebruikt mag worden, is afhankelijk van het fosfaatgehalte van de mest en de fosfaat toestand van uw bodem. U mag de laatste jaren op percelen met een hoge Pw-waarde minder fosfaat aanwenden. Voor de actuele regelgeving rondom dit onderwerp kunt u het beste contact opnemen met uw bemestingsadviseur.
De datum voor het uitrijden van dierlijke mest is gelijk aan dat van vorig jaar. Tussen 1 augustus en 1 februari geldt een uitrijverbod.
Voordeel van drijfmest: er wordt voldoende Kali meegegeven voor een optimale groei. Als drijfmest pas half maart wordt toegediend, kan men beter vooraf 50 kg N/ha strooien.

Let op: Zorg voor een goede verdeling en wacht tot de bodem voldoende draagkrachtig is.


Benutten extra stikstofruimte

In het najaar kunt u met uw graszaadperceel extra stifstofruimte creëren. Hiervoor gelden de volgende regels:

Tijdelijk grasland
Geef uw perceel graszaad in het najaar op als tijdelijk grasland. Wanneer u vanaf 15 augustus  tot minstens 15 oktober uw perceel laat begrazen of laat maaien mag u extra stikstof tellen.

Overjarig graszaad
U kunt uw overjarig perceel graszaad opgeven als volgteelt. U mag dan extra stikstof aanwenden, de hoeveelheid is afhankelijk van de grassoort en de grondsoort.