Balans in het ruwvoer als basis voor hoge melkproductie
Marten van der Brug runt in het Groningse Oldenzijl een melkveebedrijf met 145 melkkoeien op drie melkrobots. Samen met zijn vader Sietse werkt hij aan een zo hoog mogelijke kwaliteit eigen ruwvoer als basis voor een gezonde en productieve veestapel.
Het bedrijf beschikt over 48 hectare grasland, voornamelijk in vruchtwisseling, en 10 hectare luzerne. Daarnaast wordt 20 hectare verhuurd aan een akkerbouwer voor de teelt van aardappelen en uien. De snijmais wordt door Van der Brug geteeld op percelen van de akkerbouwer. De koeien produceren gemiddeld 33 liter melk per dag. Omdat ongeveer 70% van het ruwvoerrantsoen uit gras bestaat, is een hoge kwaliteit essentieel om deze producties te ondersteunen.
Gras als fundament van het rantsoen
“We streven naar een hoge voederwaarde, maar ook naar voldoende opbrengst."
Om voldoende opbrengst en hoge kwaliteit te realiseren wordt veel aandacht besteed aan het management. Jaarlijks worden gemiddeld zes snedes gemaaid, ongeveer eens per vier weken. “We streven naar een hoge voederwaarde, maar ook naar voldoende opbrengst. Het gewas moet klaar zijn om gemaaid te worden.” Maaien, schudden en harken gebeurt in eigen beheer. Er wordt hierbij bewust aandacht besteed aan de maaihoogte, deze is 7 centimeter gemaaid. Dit zorgt voor een snelle hergroei en hoge voederwaarde. “Met zoveel gras in het rantsoen moet de kwaliteit gewoon goed zijn. Daar begint alles mee”, aldus Van der Brug.
Klaver en luzerne als waardevolle aanvulling
Naast gras speelt luzerne al meerdere jaren een vaste rol binnen het bouwplan. Op ongeveer 10 hectare levert het gewas niet alleen veel eiwit, maar ook extra structuur in het rantsoen. Daarnaast groeit luzerne met een beperkte bemestingsbehoefte. Om de standvastigheid van het gewas te behouden, wordt jaarlijks één snede overgeslagen zodat de planten voldoende reserves kunnen opbouwen. “De luzerne wordt nu ingekuild samen met het gras, voorheen maakte we hier ook balen van” geeft Van der Brug aan.
In alle graspercelen is ook klaver te vinden. Naast extra eiwit zorgt de vlinderbloemige voor natuurlijke stikstofbinding. “Omdat wij alleen maaien en niet beweiden is dit rode klaver voor een hoge opbrengst en veel stikstofbinding.” Volgens Van der Brug vraagt klaver vooral om goed management. Door voldoende maaihoogte aan te houden en waar nodig bij te sturen met bemesting, blijft het gewas mooi aanwezig in de zode. “Soms hoor je dat klaver verdwijnt of juist gaat overheersen, maar met de juiste aanpak blijft het hier mooi in balans.”
Hoge voederwaarde vraagt om extra structuur
Van der Brug kiest op advies van Tjoelker uit Leek al jarenlang voor de COUNTRY grasmengsels. Vooral COUNTRY MilkMore 15 vormt de basis onder het grasland. Omdat alle percelen uitsluitend worden gemaaid, past het mengsel goed bij de bedrijfsvoering. De combinatie van hoogproductieve tetraploïde rassen, een dichte zode door diploïde rassen en timothee voor extra structuur levert zowel opbrengst als kwaliteit.
Juist die hoge voederwaarde heeft geleid tot een opvallende ontwikkeling. Waar veel melkveehouders streven naar meer energie en verteerbaarheid, zoekt Van der Brug naar extra structuur. Om meer balans in het rantsoen te brengen, zijn luzerne en structuurrijke gewassen een vast onderdeel geworden.
Daarom werd dit jaar voor het eerst ook COUNTRY MultiLife 14 ingezaaid. Het soortenrijke grasland gaf in alle snedes de hoogste opbrengst en levert tegelijkertijd extra structuur. Daardoor kan worden bespaard op de aankoop van stro, terwijl de voederwaarde van het rantsoen hoog blijft. “Eigenlijk hebben we een luxeprobleem. De voederwaarde van het gras is zo hoog dat we juist op zoek zijn naar wat extra structuur in het rantsoen.”
“Eigenlijk hebben we een luxeprobleem. De voederwaarde van het gras is zo hoog dat we juist op zoek zijn naar wat extra structuur in het rantsoen.”
De kuilanalyses van 2025 bevestigen de kwaliteit van het gewonnen ruwvoer. De eerste snede behaalde 990 VEM per kilogram droge stof en 82,2 procent VCOS. De tweede en derde snede, samen ingekuild met luzerne, kwamen uit op 946 VEM en 79,1 procent VCOS. Ook de latere snedes scoorden nog altijd tussen de 873 en 905 VEM.
Voor Van der Brug laten de resultaten zien dat de combinatie van een passend grasmengsel en zorgvuldig management de basis vormt voor topruwvoer. De hoge voederwaarde van het gras biedt ruimte om bewust te sturen op meer structuur in het rantsoen, zonder concessies te doen aan de kwaliteit.