Hardnekkig, dicht, kloddervormend topgras. In weilanden worden de bosjes bossig. In het voorjaar loopt het gras vroeg uit. De stengelscheuten zijn 50-100 cm lang. De bloeitijd is juni tot augustus. Grasgras groeit vooral op vochtig tot nat grasland, maar ook op sloten, oevers en in vochtige bossen. Nauwelijks te vinden op droge locaties. Het is net zo gevoelig voor overstromingen als voor vochtophoping. Turfgrass wordt beschouwd als het ergste onkruid in blijvend grasland. Door zijn scherpe en harde bladeren wordt hij gemeden door grazend vee en kan hij zich daardoor ongestoord verspreiden. Zaadvorming kan worden voorkomen door constant kort te maaien. De voederwaarde is navenant laag met een score van 3. Paarden bijten vaker in de nesten als ze jong zijn dan runderen.
Fruitkraam

Bladbasis, tongetje lang

Botanische Merkmale
BladBladbasis gevouwen, bladschede niet versmolten en kaal. Bladmessen open, meestal 7 zeer duidelijke, ruwe groeven en scherpe bladranden. Bladeren haarloos, donkergroen, licht doorschijnend tussen de groeven. Tongetjes lang en grof, puntig, gespleten en wit. Geen bladoren.
HalmHalmen van 50-100 cm lang ontwikkelen zich uit de klonterige bollen (opstaande kussens) met dicht bij elkaar geplaatste scheuten.
BloeiwijzeDe soms overhangende pluim wordt tot 20 cm lang. Er zijn 5 of meer zijtakken op het onderste pluimniveau. Talrijke relatief kleine aartjes van 3-5 mm lang en overwegend 2 bloemen. Lemma's korter dan kafjes, luifel die voortkomt uit de basis en nauwelijks uit het aartje steekt.
FruitGeschild fruit met zilvergrijze schil met delicate schil. Lemma aan de bovenkant getand en getand met een fijn getande rugluifel dichtbij de basis. Dit kan recht, gebogen of geknikt zijn. Lange stengels bedekt met witachtige haren. De bruine caryopsis is doorschijnend. TKG 0,2–0,3 g.